“Hanneke en Andrea, twee pas afgestudeerde leraressen basisonderwijs, zijn nog niet toe aan een vaste baan. Bij een optreden van een Ghanese poppenspeler raken ze zo in de ban van deze man en zijn verhalen dat ze zich laten overhalen een jaar op zijn school in Ghana te gaan werken. Eenmaal in Ghana stuiten ze op gewoontes en gebruiken die hen verbijsteren. Dit leidt tot hilarische en soms ook penibele situaties. Alhoewel ze hartverwarmende dingen meemaken, die waardevol voor hen zijn en die ze in eigen land nooit zouden ervaren, zijn er momenten dat ze zich afvragen waar ze aan begonnen zijn. Ze ontmoeten een Nederlandse sponsor met wie ze hun frustraties delen. De grote vraag is dan: gaat het hen lukken het jaar in Ghana af te maken of gaan ze teleurgesteld en gedesillusioneerd terug naar Nederland?”

Dit is de tekst op de achterkant van het boek ‘Pionieren in Afrika’ van Sini Dekker, die zelf 15 jaar ervaring opgedaan heeft met onderwijsprojecten in Ghana. Haar ervaringen hebben haar geïnspireerd tot het schrijven van dit boek.
Onlangs las ik een ander boek, waarvoor ongeveer hetzelfde uitgangspunt geldt. Dat erg persoonlijke boek noem ik hier nu niet, uit piëteit met de schrijfster daarvan. (Maar ik wens dat alleen zeer ervaren Afrika-kenners dit boek lezen.) Ik was enigszins bevreesd wederom geconfronteerd te worden met interculturele mispercepties, wetend dat deze stelselmatig leiden tot onbegrip voor de mores van Afrikanen, frustraties over veronderstelde leugenachtigheid, luiheid, domheid, etc. Kun je niet door de oppervlakte heen kijken, ben je onvoorbereid, dan eindig je al te gemakkelijk met de conclusie, dat je als Europeaan niets meer of minder bent voor een Afrikaan dan….. een zak met geld. (Voor iedereen die niet in deze valkuil van vooroordelen wil vallen en een eerlijke Afrika-ervaring op wil doen: lees ‘African Friends & Money Matters van David E. Maranz.)

In ‘Pionieren in Afrika’ komt ’t ook allemaal voor. Gelukkig, echter, is het perspectief van de schrijfster dat van iemand die écht veel Afrika-ervaring heeft. Én ervaring met Europeanen in Afrika. De stereotyperingen vind je terug op alle bladzijden van dit boek, dat alleen al daarom soms hilarisch (tenenkrommend leuk) is om te lezen. Een boek vol van uitvergrotingen. Maar tegelijkertijd: heel regelmatig lijkt je de ervaren realiteit een grote uitvergroting toe. Alles gaat wat verder, is wat extremer, onnavolgbaarder dan dat het in Nederland is. Wat natuurlijk ook domweg weer komt doordat je, tja, geen Afrikaan bent. Weet jij veel?! Bedenk het maar, dat je de verkeerde kant uit wordt gestuurd en dat je dan later verneemt dat hij het ook niet wist, maar dat hij te trots was om dat aan je te vertellen. Bedenk het maar, dat je toch écht denkt dat het om ‘jou’ te doen was, doch dat de relatie uiteindelijk toch voorbij is, als je uiteindelijk geen (extra) geld hebt achtergelaten. Bedenk het maar, dat ze je nog geld verschuldigd zijn, doch dat je er na jaren nog steeds geen cent van hebt teruggezien, terwijl er inmiddels wel een extra verdieping op hun huis staat. Bedenk het maar, dat je chauffeur zegt dat-ie ‘zo terug is’ en dat je vervolgens uren staat te wachten en hij vervolgens zonder excuus weer opduikt, zich nergens van bewust.
Wij kunnen er niet bij.

De twee basisschooljuffen zijn hierop in het geheel niet voorbereid. Iets als een voorbereidingstraining of interculturele cursus, voordat ze voor een jaar op pad gaan, wordt niet benoemd in het verhaal. Zoiets zullen de dames vast niet hebben genoten. O, wat is dit noodzakelijk, zo blijkt maar weer. Het lijkt er zelfs op, dat ze in het geheel niet geïnformeerd zijn over ‘implicaties’ van hun rol, hun situatie, op de nieuwe werkplek, de zwaar door Nederlanders gesponsorde private basisschool in een wijk in Kumasi, Ghana. Ze worden zomaar voor de klas gezet, geen énkele introductie of instructie: “jullie zijn toch gediplomeerde leraressen! Jullie weten toch wat je moet doen!”. Het is niet te filmen, maar ja, het gebeurt heel vaak. Alle betrokkenen hebben driedubbeldik boter op het hoofd, niet in het minst de grote sponsor vanuit Nederland: de weduwe van een rijke zakenman. Ze speelt in de tweede helft van het verhaal ook nog een belangrijke rol. Bij deze scenes krijg je echt kromme tenen: prachtig wordt beschreven hoe ‘stevig zijn’ en ‘doorpakken’ al heel snel gruwelijk neokoloniale trekjes krijgt. En vooral dus ook: hoe goed dat voorstelbaar is. Hoe makkelijk je in die valkuil kunt stappen.

De twee leraressen vertolken ieder heel herkenbare ‘types’ die je tegenkomt in Afrika, als vrijwilliger of stagiair. De ene is de doorpakker, die niet al te veel ‘last heeft van’ bespiegelingen, maar wel heel goed ‘geconditioneerd’ denkt te zijn op reflexief denken en handelen, zich helaas veel te weinig bewust van hoe ánders de Afrikaan denkt, voelt en acteert. Wat dan altijd leidt tot conclusies in de trant van “dat pik je toch niet?!”. En de andere, die veel meer de denker, de beschouwer is, maar die niet ‘sociable’ genoeg is en daardoor het nauwelijks redt om zich concreet te verhouden tot de directheid van de gemiddelde Afrikaan. En die moeite heeft met het eten, de temperatuur, etc.

Ik heb nog ergens een cartoon waarop een monnik te zien is, die in de bijbel leest en ineens uitroept, in het ballonnetje erboven: “pas op Abel, achter je!”. Zo zat ik vaak in dit boek te lezen: dames, please, doe dit niet, doe dat niet! Maar ze doen het allemaal. Weten zij veel?!
En dat geldt in het kwadraat voor de pronte dame, die zoveel duizendjes naar Afrika brengt. Ze loopt ondertussen de mevrouw uit te hangen, her en der pseudo-bestraffend optredend. Weet zij veel?!
De Afrikanen kennen deze verhoudingen wel, trekken en duwen een beetje, spelen vermoorde onschuld. De dame druipt uiteindelijk altijd wel weer een keertje af. Zij weten wel ‘veel’.
Zelfs…. dat deze dame uiteindelijk toch gewoon doorgaat met sponsoren.

En zo eindigt dit verhaal op de helft van het jaar dat de dames zich hebben gecommitteerd. Wat besluiten ze, enigszins Afrika-wijs geworden? Jawel, ze gaan door.
Ik geef het de wél goed-voorbereide vrijwilligers en stagiairs, vertrekkend via Ontmoet Afrika (www.ontmoetafrika.nl; een heel weekend intensieve training!), altijd aan: neem de tijd te wennen en ga zoveel mogelijk open communicatie aan (de dame uit het eerder genoemde boek maakte een sport van het tong afbijten!). De tweede helft van je periode, die dus echt zo lang mogelijk moet zijn, is vele malen beter, leuker, waardevoller etc. dan de eerste periode. Immers, kom je door de Afrika-ontgroening heen, maak je de ‘mind-shift’, dan ontmoet je andere authentieke kanten van de Afrikaanse ziel. Dat zijn dan vaak weer die kanten, die je anders naar jezelf en naar Nederland, het westen, laten kijken.

Wat dat betreft vraagt dit boek om een vervolg: hoe is het de tweede helft van het jaar met de twee basisschooljuffen gegaan in Ghana?!

Niko Winkel, 25 februari 2020

= = = = = =

Pionieren in Afrika – Sini Dekker:
https://www.uitgeverijeigenzinnig.nl/product/691696/pionieren-in-afrika

African Friends & Money Matters – David E. Maranz:
https://www.goodreads.com/en/book/show/604597.African_Friends_and_Money_Matters

 

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *

clear formPost comment

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.